De zon

 

De zon is een ster. Het is de ster die het dichtst bij de aarde staat. De zon straalt voortdurend licht en warmte uit. Hierdoor is er leven mogelijk op aarde.

 

Weetje: het licht van de zon doet er 7 minuten over om de aarde te bereiken. Dus als er op de zon een aan/uit zou zitten dan zou het licht uitgaan, 7 minuten nadat je op het knopje hebt gedruk.

 

De zon is het zwaartste hemellichaam. Zij is 4,6 miljard jaar oud en 5700 graden celsius.

 

Op de zon zie je soms wat donkere vlekken: zonnevlekken.

Zonnevlekken zijn koudere gebieden, het is er 'maar' 4000 graden celsius.

Deze koudere plekken op de zon zijn ongeveer zo groot als de aarde.

Om de elf jaar zijn er veel zonnevlekken (zonnevlekkenmaximum).

 

De zon is in de kern zo'n 15 miljoen graden heet.

 

De zon draait ook om haar eigen as. Aan de buitenkant is de zon stroperig waardoor niet alles even snel kan draaien. Er ontstaan hierdoor electrische en magnetische verschijnselen. Zonnegassen worden in explosies uitgestoten en blijven soms achter als grote, vurige bogen die boven het zonoppervlakte blijven hangen. Dit zijn de zonnevlammen.

Ringvormige zonsverduistering
Ringvormige zonsverduistering

Een zonsverduistering kan ontstaan doordat de maan tussen de zon en de aarde staat.

Bij zonsverduistering schuift de maan voor de zon.

Totale zonsverduistering: als de maan de zon helemaal bedekt.

Gedeeltelijke zonsverduistering: de maan bedekt een stukje van de zon.

Ringvormige zonsverduistering: de maan is net te klein om de zon helemaal af te dekken waardoor je nog een klein ringetje zon om de maan ziet.

De maan (onze maan)

 

De maan staat het dichtst bij onze planeet, 384.000 km van de aarde.

De maan draait om de aarde in ongeveer 29,5 dagen. In dezelfde tijd draait de maan ook om zijn eigen as. Dit betekent dat we vanaf de aarde bijna altijd dezelfde kant van de maan zien.

 

De maan is zo groot als een kwart van onze aarde.

De maan is ook bezocht door de mens. Neil Amstring, Appollo 11, juli 1969.

Neil Amstrong 1969
Neil Amstrong 1969

De maan heeft vele kraters. Sommige hebben een doorsnede van wel 100 km. Anderen hebben een berg in het midden. Deze kraters zijn ontstaan toen de planeten werden bekogeld door rotsblokken miljoenen jaren geleden.

 

op de maan zijn allemaal donkere plekken te zien. Dit zijn gebieden zonder kraters. Het zijn vaak lavavlekken die de boden hebben bedekt.

Eb en vloed ontstaat doordat de maan trekt aan de aarde.

Het water langs de kant van de maan wordt dan aangetrokken door de maan en aan de andere kant minder. dat noemen wij de getijden.

 

Springtij: als de zon en de maan op één lijn staan dan zijn de waterbergen extra groot.

Dood tij: als de zon en de maan vanaf de aarde in een hoek van negentig graden staan. De waterbergen zijn dan erg klein. Dit is altijd een week na springtij.

De maand draait om de aarde. Dan lijkt hij zich ook te verplaatsen om de zon. Na ongeveer 7 dagen zien we de helft van de maan: eertse kwartier. Dan weer 7 dagen later staat de aarde ongeveer tussen de zon en de maan: volle maan. Weer 7 dagen later zien we aan de ochtendhemel een halve maan: laatste kwartier. Tenslotte, 7 dagen later, staan de maan en de zon in dezelfde richting: nieuwe maan.

 

Wanneer de volle maan 'perfect' is, en de Zon, Aarde en Maan precies op één lijn staan, is er een maansverduistering: De Maan komt dan precies in de schaduw van de Aarde te staan.

 

Bij totale maansverduistering is de maan rood door het zonlicht.

Letter: V

 

Vraag: In mei, juni en juli, kan de noordelijke hemel geruime tijd na zonsondergang of voor zonsopkomst een paar uur worden opgelicht door wolken met een zilverachtige glans. Hoe heten deze wolken?

 

Nieuws:

 

Planetoïde verrast sterrenkundigen.

 

Lees artikel.

 

Exacte rotatiesnelheid Neptunus.

 

Lees artikel.

 

Recordbrekers uit het universum.

 

Lees artikel.